Van wat kant dat ik myn leven aenzie, ik vind’et vol zonden. Sy komen my met menigten te voor, en vervult zynde van Schrik, keere ik my tot u, ô mynen Godt! weest tog my rampzalig mensch genadig. Doet my door boedtveerdige werken uwe verzoening verdienen: en laet niet toe, dat ik uwe bedienaers zou pramen, van my de teekenen van uwen vrede en liefde te geven, voor dat ik zal hebben getragt uwen toorn te verzoenen, en door de werken, die sy my zullen voorschryven, aen uwe regtveerdigheyt eenigsins zal hebben voldaen.

Gendt, 1727


Excerpt from the Dutch translation of a pedagogical treatise on the torment of human sin, written by Charles Gobinet.

The film was screened or exhibited at:

 

  • Wiels, Brussels (BE) 2014

Credits:

 

  • Courtesy 1646, the artists and galleries, Isabella Bortolozzi, Berlin, and Micheline Szwajcer, Brussels